‘Ik kreeg een andere naam’

5 oktober 12:20

De ouders van Betty Metzelaar komen om in Sobibor


In het kader van de opstand in Sobibor op 14 oktober 1943 vertelt Betty Radema-Metzelaar op zondag 15 oktober in Herinneringscentrum Kamp Westerbork over haar oorlogservaringen en die van haar Joodse familie. Betty Metzelaar overleeft de Tweede Wereldoorlog op onderduikadressen in onder meer Middelburg en Friesland. Haar ouders worden in 1943 via Westerbork naar vernietigingskamp Sobibor in Polen gedeporteerd. Daar zijn zij vermoord.

Betty Metzelaar werd geboren op 17 juni 1933 in Amsterdam. Haar zus Renee is twee jaar ouder. Betty’s vader werkt als gemeenteambtenaar in het Wilhelmina Gasthuis. Hij wordt vanwege zijn Joods-zijn ontslagen.

Onderduik
In mei 1943 worden Betty en haar zus naar een onderduikadres in Middelburg gebracht. Daar ontvangen ze soms brieven van vader en moeder, tot hun ouders worden opgehaald. Zij zijn in vernietigingskamp Sobibor om het leven gebracht.

Ontdekt
Na verraad moet Betty Middelburg verlaten. Ze komt terecht in Amsterdam, Sneek en vervolgens bij een oude man en zijn huishoudster op een boerderij in het Friese Wolsum. Vanaf dat moment heet ze Betty Staring. Eén keer ontdekt een Duitse soldaat haar tijdens een patrouille op zolder. Hij ziet hoe bang Betty is en meldt aan de anderen dat hij boven op zolder niemand heeft gezien.

Terug naar Amsterdam
In april 1945 wordt Wolsum bevrijd. In die zomer keren Betty en haar zus terug naar Amsterdam en gaan bij hun oom en tante wonen.

Betty Radema-Metzelaar wil haar verhaal en dat van haar familie graag vertellen: “Het verhaal over de oorlog moet worden doorverteld en ik kan het nu nog.”

Na afloop van de lezing, die begint om 14:00 uur, beantwoordt Betty Metzelaar graag vragen van het publiek. De toegang voor de lezing is bij de entree voor het museum inbegrepen.