“Het heeft in het verleden blijkbaar toch wel veel gedaan”

18 januari 10:57

Onder de titel ‘Egbert Streuer – Nederlands meest succesvolle wegracecoureur‘ wijdt het Drents Museum vanaf komende maand een grote expositie aan Nederlands meest succesvolle wegracecoureur. De tentoonstelling is een eerbetoon aan de bebaarde coureur die dit jaar 65 wordt.

Tekst: Maurice Vos

De baard en snor mogen inmiddels iets minder imposant zijn dan in zijn gloriedagen als motorcoureur, zijn prijzenkasten zijn dat nog wel. “En de belangrijkste prijzen zijn al opgehaald voor de expositie.” De geboren Assenaar woont tegenwoordig in Grolloo. Het idee voor een expositie bestond al langer, maar toch kwam de vraag van het Museum als een verrassing. “Ik vind het een eer. Het heeft in het verleden blijkbaar toch wel veel gedaan. Voor mij was het normaal. Het was mijn werk om te racen en daar ook veel voor over te hebben.”

Café Jaap Geerts

Het racen begon voor Streuer met de techniek, een beetje prutsen met brommers, en hij kwam ook vaak bij Jaap Geerts in zijn café. Jaap was kroegbaas én zijspancoureur. “Ik was net 18 en zat nog op de MTS toen ik met racen begon. Geld had ik niet, maar een kameraad van mij, Johan van der Knaap, wel. We bedachten om samen te gaan racen. Dat bespraken we bij Jaap Geerts. ‘Koop dat ding van mij maar’, zei Jaap. Zo is het ontstaan. Meer uit de gein.” De eerste grand prix overwinning haalde Streuer, nog met Van der Knaap, in 1982. “Toen ging het erop lijken en werd het ook serieuzer. Dat was de reden voor Johan om zich terug te trekken. Er werd steeds meer van ons verwacht op het gebied van sponsoring en media. In het begin was dat minder. Als we ergens geen zin in hadden deden we het niet.”

Schnieders

In 1981 werd Bernard Schnieders de nieuwe bakkenist van Streuer. “Hij zat een keer naast mij in het café van Jaap Geerts. Alles wat een motorfiets had kwam daar. Schnieders deed aan ijsspeedway. Hij hield van motorsport en had er veel voor over. Hij was fit en niet te lang. Ik heb hem toen gevraagd of hij mijn bakkenist wilde worden.”

TT

Met Schnieders kwamen ook de grote successen. In 1984, ‘85 en ‘86 werd het duo Streuer- Schnieders wereldkampioen, maar de TT hadden ze nog niet gewonnen. “De TT liep elke keer verkeerd. Als we in het kampioenschap een voorsprong hadden gingen we voor de titel. In ‘83 of ‘84 begon het te sputteren. Dan denk je, als je eraf gaat heb je niks, maar als je tweede wordt heb je nog wel punten. Ook zijn we een aantal keren uitgevallen terwijl we vooropreden. Een keer begaven de remmen het en een andere keer was het de ontsteking.” In 1987 ging het duo Streuer-Schnieders dan eindelijk als eerste over de finish in Assen.”

Stoppen

In 1988 ging het duo Streuer-Schnieders noodgedwongen uit elkaar. Bernard Schnieders kon zijn maatschappelijke carrière niet meer combineren met de sport. Streuer zette zijn racecarrière nog enkele jaren voort met andere bakkenisten maar de grote successen, met uitzondering van nog een keer de TT-winst in 1991, bleven uit.

In 1992 vond Streuer het ook mooi geweest. “Dat had vooral te maken met televisierechten en de bemoeienis van Bernie Ecklestone. Ik zag dat het de verkeerde kant opging en kon onze sponsoren niet meer garanderen dat de races uitgezonden werden. Na al die jaren kan ik zeggen dat het goed was geweest. Ik heb toen afscheid genomen van de sport.”

Techniek

“Als ik het over moest doen zou ik het op dezelfde manier doen. Tegenwoordig is het allemaal anders en dat trekt mij niet echt. Een manager die het van bovenaf regelt. Bij ons had iedereen inspraak. Wij hadden alles goed voor elkaar. We konden er destijds goed van leven, maar we overnachtten nooit in een hotel, maar gewoon op de paddock.

Het ging ook niet alleen om het racen. Je kon ook laten zien wat ik technisch in huis had. Dat was in de winterperiode mijn motivatie. Dat was eigenlijk ook de drukste tijd. Het sleutelen was nooit klaar. In het seizoen kon je laten zien of je je best gegaan had en of het werkt. De sport is nu niet meer te vergelijken met de tijd toen ik racete. Wij gingen veel verder. We reden met dezelfde motor als de 500cc-klasse. Nu rijden ze met een standaardmotorblok, drukken op het knopje en dan loopt ie. Ik was altijd met dat ding aan het sleutelen. De interesse in de techniek is altijd gebleven. Toen ik was gestopt wilde ik zelf motoren gaan bouwen. Daarvoor had ik ook een freesbank gekocht, maar zag daar toch van af. Toen heb ik de freesbank ingeruild voor een computergestuurde draaibank. Ik was 38 en was niet van plan om met de handen over elkaar te gaan zitten.”

Bennie

Zoon Bennie is sinds 2007 ook actief als zijspancoureur. “In het begin was ik daar niet zo blij mee. Ik wist niet wat voor capriolen hij uithaalde. Het is een gevaarlijke sport en er zit niet echt toekomst in, maar hij vindt het heel leuk en het heeft goed uitgepakt. In 2015 werd hij ook wereldkampioen. Bennie heeft nog een paar jaar gereden met mijn oude zijspan met een viertaktmotor erin. Die wordt weer in originele staat teruggebracht voor de expositie.”

De tentoonstelling Egbert Streuer – Nederlands meest succesvolle wegracecoureur is te zien van 10 februari tot en met 1 september 2019.