“Hierna is het klaar”

22 augustus 10:10

In mei trainde hij nog mee met FC Emmen, maar inmiddels zit hij alweer een paar maanden aan de andere kant van de wereld. Assenaar en voetballer Sergio van Dijk (34) is reislustig en zit na periodes in Australië, Iran en Thailand, nu voor de tweede keer in Indonesië.
Door: Jolien Bennema

Het telefoongesprek gaat met horten en stoten. De stem van Serginho, roepnaam Sergio, van Dijk wordt met enige regelmaat vervangen door een doodse stilte. “Sorry, ik zit aan de andere kant van Indonesië, in Jayapura. Een grote internetkabel hier is stukgegaan”, klinkt het als de verbinding weer hersteld is.

Normaal woont de Assenaar in Bandung. De stad op het Indonesische eiland Java kent zo’n tweeënhalf miljoen inwoners. Van Dijk heeft met zijn voetbalclub Persib Bandung net een wedstrijd gespeeld tegen een van de grote rivalen, Persipura. “We hebben met 2-0 gewonnen. Dat is nog nooit gebeurd. Het is hier enorm vochtig en erg warm. Heel lastig.”

Aan de warmte heeft hij de afgelopen jaren goed kunnen wennen. De 34-jarige Assenaar begon als jonge voetballer bij LTC om via FC Groningen, Helmond Sport en FC Emmen in 2008 in Australië te belanden. Na zijn verblijf in Australië volgden Indonesië, Iran en Thailand.

Roosendaal te ver
Na een kleine tussenstop dit jaar in Emmen, waar hij zijn conditie op peil hield, zit hij nu voor de tweede keer in Indonesië. En dan te bedenken dat de voetballer in zijn tijd bij Emmen een transfer naar RBC in Roosendaal niet zag zitten. Lachend: “Ik vond het te ver!”

Hij woont alleen, want zijn familie heeft hij achter moeten laten in Nederland. Een bewuste keuze, zo vertelt de spits. “We hebben vijf jaar samengewoond in Australië, ver van familie. Dat werd steeds moeilijker voor mijn vrouw Laura. Daarnaast gaat onze zoon Joaquin nu naar school en die zijn in Nederland gewoon beter.”

Maar zielig vindt hij zichzelf absoluut niet. “Ik hou van avontuur. Ik mag over de hele wereld van alles zien en er nog goed geld mee verdienen ook. Wat wil je nog meer?” Zijn contract bij Persib loopt nog door tot eind 2017. En die is hij dan ook van plan volledig uit te dienen. “Ik wilde dit nog graag doen als afsluiter. Hierna is het klaar. Wat we dan gaan doen, moeten we nog bekijken. Het belangrijkste is dat we dan weer samen zijn, daar kijk ik echt naar uit. We leven nu al drieënhalf jaar apart van elkaar, nog anderhalf te gaan.”

Huisvader
Zoon Joaquin is inmiddels zeven jaar. De helft van zijn leven waren vader en zoon gescheiden. “Hij weet natuurlijk niet anders, maar toch, die tijd haal je niet meer terug. Ik heb een belangrijke periode gemist, maar ik heb wel de luxe dat ik na mijn carrière meer tijd kan besteden aan hem. Dan word ik gewoon huisvader”, lacht hij.

Ruim drie jaar komt de voetballer met Indonesische roots nu uit voor het nationale elftal van het Aziatische land. Honderduit kan hij kletsen over zijn belevenissen in het land, waaronder zijn eerste interland in Indonesisch voetbalshirt, op 23 maart 2013. “In Jakarta speelden we tegen Saoedi-Arabië. In het stadion pasten 80.000 man, het was vrijwel uitverkocht. Dat ik voor zulke grote aantallen heb gespeeld, pakt niemand mij meer af.”

Nog geen drie maanden later, op 7 juni, speelde de spits een vriendschappelijke wedstrijd tegen Nederland, waar hij oude bekenden als Arjen Robben tegenkwam. “Ik ken hem nog van de jeugd van FC Groningen, waar we enkele jaren samenspeelden. Na de wedstrijd hebben we nog een drankje gedaan in het hotel. Ook assistent-bondscoach Patrick Kluivert kende ik, want hij liep in Australië stage bij de club waar ik speelde. Het was een leuke ervaring, zoiets vergeet je nooit meer.”

Tweede religie
Zijn bekendheid is in Indonesië van een volledig andere niveau dan in Nederland. Gewoon over straat gaan is eigenlijk onmogelijk voor de Assenaar. Op Twitter heeft hij bijna 300.000 volgers, op Instagram ruim 61.000. “Het is leuk om mee te maken, maar ik kan nergens spontaan heen. Ik kan geen boodschappen doen, niks. De achterban is zo groot. Voetbal is hier een soort tweede religie. Een paar jaar geleden maakte ik een doelpunt tegen een van onze rivalen. Daarna was ik gewoon wereldwijd trending topic, zo veel mensen plaatsten er ‘tweets’ over. Ongelofelijk.”

De spits is lovend over de voetbalatmosfeer in het land. “Die heb je bijna nergens anders. In de provincie waar ik voetbal, West-Java, wonen vijfendertig miljoen mensen. Ruim negentig procent van de bevolking is fan van mijn club. Het is altijd uitverkocht. Supporters staan zelfs buiten het stadion. Voetbal is zo groot hier. Ik overdrijf niet. Mensen zijn zo’n fan van voetbal, dat ze zelfs juichten toen het Nederlands elftal scoorde.”

Zijn plannen voor na het voetbal zijn divers en lopen van een boerderijtje naar analist of trainer worden in Australië. ,,Daar ben ik een bekende naam en kan ik in het voetbalwereldje misschien eerder aan een baan komen dan in Nederland.” Hij bewaart goede herinnering aan ‘Down Under’, maar een terugkeer naar Assen sluit hij ook niet uit. “Ik denk wel eens na over een boerderijtje, net buiten Assen. Door mijn verblijven in het buitenland ben ik het Drentse landschap meer gaan waarderen. Vanuit ons huis in Kloosterveen kijken we zo over de weilanden heen. En de frisse lucht, die heb je niet veel in Azië. Funda is dan ook mijn tweede hobby”, grapt hij. Om er later serieus aan toe te voegen: “Voetbal was altijd mijn doel, nu is het een middel geworden om de rest van mijn leven in te richten. Ik voetbal elke dag, maar ik ben er nog lang niet klaar mee.”