Wies met mekaor in bijzondere tijden

12 mei 13:42

Familie is voor Max Tuapattinaja – cliënt van Interzorg De Slingeborgh – één van de belangrijkste dingen in zijn leven. Je zou verwachten dat de aangescherpte coronamaatregelen hem diep treffen, zeker ook omdat communiceren voor hem een extra grote opgave is. Maar met de hulp van zijn kinderen, kleinkinderen en de medewerkers slaat hij zich er kranig doorheen. “Het gaat echt goed met hem.”

“Zo zijn we toch even zo dichtbij mogelijk”

Hij is nog relatief jong: bijna twee jaar geleden kwam Max Tuapattinaja (65) wonen in Interzorg De Slingeborgh in Assen. Voor hem is het dé plek, vertelt zijn zoon Arlando. “In de eerste plaats omdat hij zorg nodig heeft – als gevolg van een hersenbloeding is hij halfzijdig verlamd geraakt en is hij een deel van zijn spraak kwijt.” Maar misschien nog wel net zo belangrijk voor Max is de afdeling waar hij zijn appartement betrok: Bunga Tjengke, de Molukse afdeling van De Slingeborgh. “Daar voelt hij zich heel erg thuis”, merkt Arlando. “Daar spreken de bewoners en een deel van het personeel Maleis, de moedertaal van mijn vader. Dat is voor hem soms makkelijker.”

Gelijkwaardig

Want juist voor iemand die het minder goed lukt om te communiceren, kunnen deze tijden van corona en ‘contactverschraling’ extra zwaar zijn. Max en zijn kinderen en kleinkinderen slaan zich er echter heel goed doorheen. De gebruikelijke bezoekjes van Arlando, zijn dochters, broer en zus hebben ‘gewoon’ een andere vorm gekregen: “Doorgaans gingen we samen koffie drinken of liepen we een stuk door de wijk. Samen genieten van het weer en van het buiten zijn. En veel kletsen, op onze eigen manier. Want ook al is praten voor hem lastig, toch hebben we een gesprek mét hem en niet óver hem. Altijd op gelijkwaardig niveau, dat vinden we belangrijk.”

Tijd voor beeldbellen

Die goede band moest in stand blijven in tijden van corona, vonden de kinderen van Max. Dus kochten ze voor hem een telefoon waarmee hij kon beeldbellen. “Dus nu belt hij soms zomaar onverwacht op”, vertelt Arlando verheugd. “Dan gaat de telefoon en zie ik ‘Pa belt’, ontzettend leuk.” Zelf de telefoon bedienen is lastig voor Max, maar daar krijgt hij hulp bij van het zorgpersoneel. “Daar maken ze toch maar even tijd voor, want ze zullen ook andere cliënten hierbij helpen. Wat een klus!”

Zo kletst Max dagelijks met zijn kinderen en kleinkinderen: “Dan vertelt hij dat hij zich eigenlijk wel prima vermaakt ondanks de coronaperiode”, vat zijn oudste zoon de gesprekken samen.

Verrassing!

Maar omdat beeldbellen nog niet hetzelfde is als elkaar écht even zien, kunnen de cliënten van De Slingeborgh met hun dierbaren ‘raamdaten’. Arlando en zijn gezin maken graag gebruik van deze mogelijkheid, de allereerste keer was het een verrassing voor Max: “Hij werd door het zorgpersoneel naar een kantoortje gerold, maar wist niet wat er komen ging. En toen stonden wij daar opeens aan de andere kant van het raam! Dat vond hij ontzettend leuk.”

Om goed met elkaar te kunnen praten, hebben de medewerkers een microfoon bij het raam geïnstalleerd. “Dit bevalt ons heel goed, want het geeft toch nog meer een gevoel van ‘samen’ dan alleen beeldbellen.”

Stevig knuffelen wanneer het weer kan

Gezien de omstandigheden is deze manier van contact voor Max en zijn kinderen en kleinkinderen zoals ze het zelf noemen ‘oké’. “Het liefst willen mijn kinderen natuurlijk bij hem op schoot. Maar voor nu zijn we heel blij met wat er binnen de regels allemaal kan. Dan zijn we toch even zo dichtbij mogelijk.”

Ook Max zelf blijft er positief gestemd onder, vertelt Arlando: “Hij geeft aan dat hij zich prima vermaakt. Hij ziet er ook heel goed uit. Zijn spraak is zelfs iets beter nu. Dat komt waarschijnlijk omdat er minder prikkels zijn, wat hem rust brengt.”

En als alles weer normaal is? “Dan gaan we eerst eens even stevig knuffelen. En lekker een stukje lopen. Even bespreken hoe de afgelopen tijd was, maar vooral elkaar even vastpakken. Nu dat niet meer mag, merk je hoe waardevol dat is.”